17-04-2021

Rapport: doe meer moeite voor minder verkeersdoden in provincie Brabant

Het aantal verkeersdoden in Brabant kan verder omlaag als politie, provincie en gemeenten beter samenwerken. Ze moeten dan ook meer geld en tijd investeren in infrastructuur, gedragsverandering en handhaving.

Paul Driessen in Brabants Dagblad 17 april 2021

Dat schrijft de Zuidelijke Rekenkamer in haar rapport over verkeersveiligheid in Brabant, de provincie die al jaren de lijst aanvoert met meeste verkeersdoden.

In 2018 telde het CBS in Brabant 150 verkeersdoden, in 2019 waren dat er nog 142. Afgelopen jaar verongelukten 99 mensen in het Brabantse verkeer; een forse daling, vermoedelijk veroorzaakt doordat het in coronatijd rustiger was op de weg. Het streven naar nul verkeersdoden waar de provincie, de politie, gemeenten en andere instanties begin 2020 hun handtekening onder zetten, is dan ook ver weg.

Serieus investeren

De Zuidelijke Rekenkamer onderzocht daarom afgelopen najaar wat het provinciebestuur nog meer kan doen om het aantal verkeersdoden verder omlaag te brengen. Vrijdag verscheen een rapport vol aanbevelingen. ,,Je ziet dat alle partijen nog een beetje zoekende zijn naar hun rol en verantwoordelijkheid. Daar willen wij ze met dit rapport een handje bij helpen”, zegt bestuurslid Nellie Verbugt. ,,Partijen moeten toch een tandje bijzetten voor een afname van het aantal dodelijke slachtoffers.”

Wie het verkeer veiliger wil maken, moet volgens de Rekenkamer serieus investeren in infrastructuur, gedrag en handhaving. Op alle drie de fronten valt in Brabant nog een wereld te winnen, blijkt uit het rapport.

Gemeenten hebben te weinig geld en mankracht om bijvoorbeeld wegen te verbeteren. De provincie kan duidelijker doelen formuleren voor gedragscampagnes als ‘Jouw actie telt’, die begin maart van start ging. De handhaving door de politie laat volgens het rapport te wensen over door gebrek aan capaciteit én prioriteit, onder meer door de afschaffing van het bonnenquotum in 2011.

‘Zelf handhaven’

Het provinciebestuur zou meer de regie moeten pakken door partners te motiveren en (financieel) te helpen, of desnoods zelf voor meer handhaving te zorgen. Al beseft de Rekenkamer dat dit niet zomaar gaat; de provincie kan de gemeenten en politie niets verplichten.

,,Het belang van samenwerking om de verkeersveiligheid in Brabant te verbeteren onderstrepen wij volledig. Daarom heeft de provincie de afgelopen jaren al fors op die regierol ingezet”, zegt Christophe van der Maat, gedeputeerde voor verkeer. De partners zitten minstens vier keer per jaar aan tafel en trekken al samen op in plannen en proefprojecten, stelt Van der Maat. Dat neemt volgens de Rekenkamer niet weg dat de samenwerking altijd beter kan.

Daarnaast moet het provinciebestuur iets doen aan de wisselende ambities die ‘de duidelijkheid niet ten goede’ komen, aldus het rapport. Zo gaat Brabant al jaren voor nul verkeersdoden en tegelijkertijd voor een halvering van het aantal verkeersongevallen met lichamelijk letsel in tien jaar tijd. Dat is onnavolgbaar, vindt de Rekenkamer. Nog los van de inhoud, want ‘nul doden’ is simpelweg onhaalbaar en door gebrek aan gedetailleerde informatie weet de provincie niet hoeveel ongevallen met lichamelijk letsel er elk jaar precies plaatsvinden. Het Brabantse bestuur probeert de laatste jaren meer van dit soort data te verzamelen, maar privacywetgeving maakt dit ingewikkeld.

Waarom Brabant?

Het provinciebestuur wacht ondertussen met smart op een analyse van het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Die brengt de oorzaak in kaart van het hoge aantal verkeersdoden in Brabant. Waarom gaat het juist hier zo vaak mis? Het onderzoek zou vorig najaar al klaar zijn maar liep vertraging op door corona.

Andere aanbevelingen voor het provinciebestuur: geef gemeenten die willen investeren in verkeersveiligheid meer duidelijkheid over mogelijkheden om financiële hulp te krijgen van het Rijk of de provincie. En zorg dat de provinciale politiek beter op de hoogte is van alle stappen, zodat die mee kan denken. Het provinciebestuur laat in een eerste reactie weten serieus aan de slag te gaan met de aanbevelingen. ‘Onze inzet hierop blijft onverminderd hoog.’