17-04-2021

Houd.je aan de verkeersregels en heb respect voor elkaar

Al die fietsen met verschillende snelheden zitten elkaar nogal eens in de weg op het fietspad. Welke gedragsregels horen daarbij? Tijd voor goede afspraken.
JEROEN KREULE      in Brabants Dagblad 17 april 2021

Het is een doordeweekse lentedag en ik rijd op mijn racefiets over de Utrechtse Heuvelrug, Snelheid zo’n 30 kilometer per uur. Voor me, op het vrijliggende fietspad naast een N-weg, trapt een stel op een e-bike. Er is ruimte, maar het houdt niet over. Dus bel ik, om mijn inhaalmanoeuvre aan te kondigen. Geen reactie. Ook een tweede keer bellen heeft geen zin. Dan maar mijn mond gebruiken en toch een beetje in de remmen knijpen.  ‘Pardon!’ Hij kijkt verschrikt om, zwiept een tikkie naar links, om uiteindelijk ruimte te maken. ‘Idioot!’ schreeuwt hij.
Wie vaak op de racefiets zit, herkent deze situatie ongetwijfeld. Eigengereide wielrenners willen hierna nog weleens omdraaien om, ietwat opgefokt, de discussie aan te gaan. De e-bikers uit bovenstaande scène hebben dus misschien een punt, want het imago van racefietsers is niet al te best: ze hebben vaak geen bel, schreeuwen, willen liefst geen snelheid minderen en denken soms inderdaad dat de weg van hen is. Kan het ook anders? Hoe komt er wederzijds begrip?

Drie toverwoorden

Fietsfanaat en etiquettedeskundige Reinildis van Ditzhuyzen, auteur van de klassieker Hoe hoort het eigenlijk?, schrikt zich ook vaak een hoedje wanneer wielrenners bijna geluidloos voorbijrazen. ,,Ze komen niet zelden uit het niets en hebben meestal niet door hoe hard ze eigenlijk gaan. Stel, ik pak even iets uit mijn tas en schiet een beetje naar links. Er zal op dat moment maar zo’n wielrenner voorbijkomen. Dan donder je dus tegen elkaar aan. Ik vind bellen een beetje dwingend, maar het is toch de beste manier om duidelijk te maken dat je er als wielrenner aankomt.”
De 73-jarige Van Ditzhuyzen trapt naar eigen zeggen zelf ook aardig door. Ze heeft vier fietsen: twee normale, een vouwfiets en een e-bike. Een auto heeft ze niet en wil ze niet. Afhankelijk van de fiets waar ze op zit, passeert Van Ditzhuyzen voortdurend andere fietsers. ,,Dan bel ik of roep ‘tingelingeling!’ Als dat niet werkt, kun je het beste vaart minderen en rustig passeren. Dat raad ik wielrenners ook aan, ze onderschatten hun snelheid en het schrikeffect bij andere weggebruikers.
Weet u wat het is? Vroeger bestond er maar één fiets: de normale. Dat was in alle opzichten overzichtelijk. Tegenwoordig heb je allerlei soorten, met verschillende snelheden. En het is drukker geworden. Stapelen kan niet en alle fietspaden verbreden evenmin. Regel 1 is wat mij betreft: houd rekening met elkaar. Regel 2: wees duidelijk, laat je horen. En dan heb je nog drie toverwoorden: ‘dankjewel’, ‘alstublieft’ en ‘sorry’. Gebruik ze, wanneer het kan. Goed gedrag kost niks.”

Wegkapitein

Wielrenners in grote groepen kunnen zelfs ronduit intimiderend zijn, weet ook de 70-jarige wielrenner Roelof de Jonge. Hij is fietstrainer en verzorgt meerdaagse fietsevenementen in het buitenland. Namens de Nederlandse Toer Fiets Unie (NTFU) geeft hij als consulent veiligheid sinds 2015 de eendaagse cursus wegkapitein bij verschillende verenigingen in Drenthe en Groningen.
De NTFU raadt aan om bij groepen vanaf vijf personen een groepsleider aan te wijzen. Een wegkapitein draagt een gele aanvoerdersband om de linkerarm en is verantwoordelijk voor de groep. Ook wijst hij een, assistent aan, die helemaal achteraan fietst. “De wegkapitein hoeft niet altijd de route te bepalen, maar maakt afspraken met de deelnemers in de groep omtrent de gedragsregels tijdens het fietsen. Hij of zij zorgt er vooral voor dat de verkeersregels en gedragsregels worden nageleefd, met veel aandacht voor veiligheid voor zowel de racefietsers zelf als de andere weggebruikers. Dus als iemand lek heeft gereden, ga je met z’n allen in de berm staan. Of zoek je een plekje op waar je andere fietsers, wandelaars en automobilisten niet in de weg staat.
Als het nodig is, moet de wegkapitein de deelnemers aanspreken. Hij bewaakt bovendien het tempo. Ook maakt hij van tevoren duidelijke afspraken over welke waarschuwingssignalen worden gebruikt bij bijvoorbeeld inhalen, obstakels op de weg, afslaan of stoppen.”

Ruimere fietspaden

Om het leuk en beheersbaar op de fietspaden te houden, pleit de ANWR voor ruimere en veilige fietspaden, zegt woordvoerder Markus van Tol. “Daar waar mogelijk uiteraard, het is aan de wegbeheerders. De toegenomen drukte op de fietspaden is ook bij ons een stevig item op de agenda. En het aantal soorten fietsen is groter geworden: naast gewone fietsen, racefietsen en e-bikes heb je ook nog de bakfietsen en speedpedelecs. Houd rekening met elkaar, dat is het belangrijkste. Voorkom ruzie, keer je om bij agressie. En als je als racefietser de drukte wilt vermijden, ga dan fietsen tijdens de luwe tijden, dus vroeg in de ochtend of aan het eind van de middag.”.
Daarnaast is de ANWB voorstander van het invoeren van maximumsnelheden voor fietsers in gebieden waar het druk is, zoals in binnensteden. “Denk aan 20 kilometer per uur. Handhaven is onbegonnen werk, maar je kunt het wel afspreken zodat het op den duur sociaal geaccepteerd is. Nederland is en blijft een fietsland. We fietsen bijna allemaal voor de lol, laten we het dan ook leuk houden samen.”