12-04-2019

En nóg maar een keer dat rondje

In Oss doen deze week 1500 kinderen hun fietsverkeersexamen. En, zo stelt VVN, die examens lijken elk jaar harder nodig. ,,We zien hier kinderen die bijna nooit fietsen.”

Ja hoor, daar zijn ze weer. Tientallen kinderen in oranje hesjes op de fiets. Geconcentreerde koppies, handen die netjes uitgestoken worden voor een bocht, netjes op de rem als het verkeerslicht op oranje springt. En langs de kant pubers die met formulieren in de hand de jonge trappers beoordelen.

Helaas is dat fietsexamen elk jaar harder nodig, stelt Veilig Verkeer Nederland. Kinderen fietsen steeds minder. En kennen de regels steeds minder goed, zegt een landelijk woordvoerder. Dat klinkt Antoon de Klein van VVN-afdeling Maasland herkenbaar in de oren. ,,We laten kinderen meestal wel slagen, maar het examen is soms meer een verkeersles dan dat we kunnen toetsen of ze het kunnen”, licht hij toe. ,,Soms laten we kinderen het rondje wel vijf of zes keer doen. Dan fietst een van onze vrijwilligers er een paar meter achter en geeft aanwijzingen. Zo krijgt zo’n kind toch heel veel mee. Zo’n kind laten we dan meestal wel slagen, maar dan wijzen we de school en de ouders er wel op dat het nog veel moet leren.”

Achter schermpje

Bij de brandweerkazerne in Oss, het start- en eindpunt van het examen, is het deze ochtend druk. Opgeluchte gezichten van kinderen die al terug zijn én kinderen die nog moeten. Jan Huijbers, projectleider van VVN Maasland, heeft het druk. Ook hij ziet dat kinderen steeds minder goed fietsen. ,,Hoe dat komt? Ze fietsen steeds minder. Zitten veel meer achter een schermpje en worden vaker met de auto naar school of de sportclub gebracht. En we zien bijvoorbeeld kinderen van asielzoekers, die bijna niet kunnen fietsen. Ja, het verkeersexamen is steeds meer nodig.”

Bij de rotonde Raadhuislaan-Kromstraat zitten Jesse (15) en Kars (15) al sinds kwart over acht in hun campingstoeltjes. Een bus chips erbij, brood en drinken in een rugzak en op schoot een klembord met het beoordelingsformulier. Voor de jongens uit het derde jaar van het Hooghuis is dit officieel een stagedag. Niet slecht nu het zonnetje schijnt. Jesse: ,,Vanochtend was het wel koud, maar dit is leuker dan de hele dag les.”

De kinderen in oranje hesjes moeten op de rotonde uiteraard goed rechts blijven rijden en bij het afslaan hun hand uitsteken. Kijk, daar komt er weer eentje aan. Netjes steekt de jongen zijn hand uit. Kars: ,,Ze doen het meestal goed, maar vanochtend hadden we een jongen die met een auto achter zich midden op de rotonde ging rijden en zijn hand ook niet uitstak. Nee, die had het echt niet begrepen. Dat was vier punten aftrek.” Jesse: ,,En we zien kinderen die echt angstig zijn. Vanochtend was een meisje aan het huilen, zo spannend vond ze het.”

Huijbers kijkt niet op van dit voorbeeld. ,,Zulke dingen zien we steeds vaker. Kinderen die de regels niet kennen, kinderen die bang zijn voor het examen. Toch slagen de meeste kinderen. Ze mogen het rondje nog een keer doen, en nóg een keer, en desnoods nóg een keer. Meestal lukt het dan wel. De kinderen die echt niet slagen, en dat zijn er zo’n twee per dag, zijn kinderen die het echt niet kunnen en het ook niet onder de knie krijgen. Dat zijn bijna altijd kinderen uit het speciaal onderwijs, met bijvoorbeeld autisme of een verstandelijke beperking. ,,Ja, dat is heel zielig, maar die kunnen we niet laten slagen. Ik zie soms kinderen die echt een gevaar op de weg zijn. Je moet je dan afvragen of het wel verantwoord is ze met de fiets de weg op te laten gaan.”

En ook al kunnen kinderen steeds minder goed fietsen, het is opvallend hoe weinig ongelukken er in Oss de laatste jaren gebeuren met kinderen op de fiets. De Klein denkt dat dat voor een deel komt omdat kinderen als ze eenmaal naar de middelbare school gaan, steeds dezelfde route fietsen. ,,En die route hebben ze meestal vooraf met de ouders wél goed geoefend. Ze weten dus wat de moeilijke punten zijn in de route van en naar school.”

Jesse en Kars beamen dat. De route naar school kennen ze goed. En verder? Kars: ,,Ik fiets meestal wel netjes, met mijn hand uitsteken en zo. Nou ja, vooral als ik weet dat er niemand achter me rijd.” Ook Jesse is eerlijk: ,,Ik ken de regels, maar fiets soms wel op de stoep.”